Anker, 18 tips

Voor bootliefhebbers

U bent hier

14 september 2016

Een anker moet tijdens het varen altijd gebruiksklaar zijn. En het moet geschikt zijn voor de boot waarop het aanwezig is en voor het vaargebied waar die boot vaart. Daarom hieronder enkele tips.

  1. Een kettingvoorloop met daaraan een juiste maat lijn is beter dan alleen ketting. De lijn of tros, werkt als schokdemper. Gebruik altijd een kettingvoorloop van minimaal 10 meter; 20 of meer meters is nog beter.
  2. Zorg dat je anker altijd klaar ligt voor gebruik. Vergeet niet de ankertros aan het eind te fixeren aan de boot.
  3. Kies de ankerplek zorgvuldig. Houd rekening met de windvoorspelling. Anker bij voorkeur in een ‘oppertje’, verscholen achter een eiland of dijkje bijvoorbeeld.
  4. Zorg voor voldoende ruimte om te ‘zwaaien’ op de ankerplek. Zelfs als de wind onverwacht 180 graden draait.
  5. Monteer aan je anker een ‘neuringlijn’ als je op een rotsige of met grote stenen vervuilde bodem ankert. Je kunt je anker dan altijd weer aan boord krijgen.
  6. Laat het anker pas zakken als de boot langzaam achteruit beweegt, ‘deinst’. Dit voorkomt dat de ketting en het anker in de knoop raken.
  7. ‘Steek’ voldoende ketting en lijn voordat je kracht gaat zetten op het anker.
  8. Help het anker met ingraven door voorzichtig achteruitvarend de trekkracht op te bouwen.
  9. Voel aan de ketting of lijn. Als het anker niet wil ingraven, is dat te voelen door schokken van de ketting of lijn.
  10. Graaf het anker goed in met behulp van wat gas achteruit. Kijk hierbij naar een vast punt, de kant of een boei, om te zien of het anker niet ‘krabt’ oftewel goed houdt.
  11. Steek minimaal drie keer de waterdiepte aan ketting en lijn bij rustig weer. Vergroot die lengte evenredig tot zeven keer bij veel wind en golven.
  12. Markeer van tevoren de ketting en de lijn zodat je weet hoeveel je hebt ‘gestoken’.
  13. Zet de ketting of lijn vast aan het schip. Laat de krachten niet alleen op de ankerlier komen.
  14. Hijs overdag een ankerbal of ’s nachts een rondschijnend wit licht.
  15. Help uw ankerlier, of uzelf door bij ankerop gaan uiterst rustig richting het anker te varen.
  16. Mocht het anker niet ‘uit willen breken’, probeer dan het anker te overvaren. Door iets verder door te varen gebruik je de kracht van de boot en de motor om het anker uit de grond te krijgen. Een beetje dansen op het voordek waarbij de boeg op en neer beweegt wil ook weleens helpen.
  17. Als het anker in de buurt van de oppervlakte komt, leg de boot dan zo stil mogelijk. De kans dat hij dan uit het water springt en tegen de boot aan zwiept is klein.
  18. Fixeer je anker goed aan de boegrol of aan dek. In golven kan het anker flink schade veroorzaken aan de boot.

Hoe kies je een anker? Dat lees je hier.