Zo doe je dat: afvaren

Zonder schade varen

U bent hier

15 februari 2017

Allereerst moet je je realiseren dat de wind (sterkte en richting) bepalend is bij hoe je een bepaalde manoeuvre het beste kunt uitvoeren. Daarbij onderscheiden we vier situaties.

  1. De wind blaast (min of meer) vanaf de wal. Er is dan sprake van een hogerwal
  2. De wind staat (min of meer) tegen de kant. Dan is er sprake van een lagerwal.
  3. De wind staat op de kop: een langswal met de wind van voren.
  4. De wind komt van achteren: een langswal met de wind van achteren.

Bij het afvaren werk je zodanig met de lijnen dat de wind als dat kan je helpt. Verder is je uitgangspositie zo, dat je met alle vier de landvasten (voortros, voorspring, achterspring en achtertros) vastligt.

Wegvaren van hogerwal

Dit is de eenvoudigste manoeuvre, want de wind wil je immers van de wal wegblazen. Je neemt daarom alle vier de lijnen weg. De boeg van de boot heeft minder grip op het water dan het achterschip en zal daardoor eerder wegwaaien. Dat is prima want daardoor lig je direct in een goede positie om, eenmaal vrij van de wal en de schepen voor- en achter je, vooruit weg te varen.

Wegvaren van lagerwal

Deze manoeuvre is een stuk lastiger. Immers de boot wordt door de wind tegen de kant gedrukt. Je moet daarom zien voldoende kracht te ontwikkelen om goed vrij te komen. Vuistregel is, dat je in dergelijke gevallen de voorspring gebruikt. Omdat de afstand tussen het bevestigingspunt op dek van deze lijn en de schroef die de kracht moet leveren het grootst is, levert dit het grootste koppel en dus de meeste draaikracht.

De manoeuvre gaat dan als volgt (zie figuur):

  1. Neem de voortros (1), achterspring (2) en achtertros (3) in deze volgorde weg. Laat de voorspring (4) staan;
  2. Draai het roer naar de wal toe en geef een beetje gas. Meestal is stationair toerental van de motor voldoende, geef anders een beetje gas vooruit bij. Hierdoor draait de achterzijde van het schip vrij van de wal. Zorg wel voor een voldoende grote stootwil bij de boeg.
  3. Vaar met vaart en het roer naar buiten achteruit weg en haal de voorspring (4) binnen. Het vaart maken dient om te voorkomen dat de boeg de wal alsnog raakt 

Deze manoeuvre kun je ook gebruiken bij het wegvaren met de wind van achteren.

Wegvaren bij wind van voren

Bij de wind van voren gebruik je de achterspring om van de wal vrij te komen (zie figuur). Zorg in dat geval voor een flinke stootwil bij het achterschip. Je gaat dan als volgt te werk:

  1. Neem de achtertros (1), voorspring (2) en voortros (3) in deze volgorde weg.
  2. Laat de achterspring (4) staan;
  3. Zet de motor in zijn achteruit en houd het roer midscheeps. Meestal is stationair toerental van de motor voldoende, geef anders een beetje gas achteruit bij. Nu draait de kop van het schip vrij van de wal.
  4. Zet de motor vrij, laat de achterspring (4) zo lang mogelijk strak staan, maak die dan los, haal hem aan boord en vaar vooruit weg.